Auto Jan Het journal ↗
Advies

Zo controleer je de bandenspanning van je auto en stel je die goed af

Een lampje op het dashboard of een lange rit voor de boeg is een goede aanleiding om je banden te controleren. De juiste spanning staat niet op de band zelf, maar in de gegevens van je auto; met die waarde en een meter kun je de controle stap voor stap uitvoeren.

·5 min. lezen

Jan Vermeer
Gepassioneerd redacteur bij Auto Jan

Voorband met aluminium velg en zichtbare remschijf op stenen oprit

De spanning van autobanden loopt geleidelijk terug en verandert ook doordat banden tijdens het rijden warm worden. Een meting op het verkeerde moment of met de verkeerde referentiewaarde kan daardoor een misleidend beeld geven. Controleer de spanning regelmatig, vergelijk haar met de voorschriften voor jouw auto en houd rekening met de belading. Zo weet je wanneer je lucht moet bijvullen en wanneer een waarschuwing of afwijkende band extra aandacht vraagt.

Welke bandenspanning hoort bij jouw auto?

Er bestaat geen vaste bandenspanning die voor elke auto geldt. De voorgeschreven waarde hangt onder meer af van het voertuig, de bandenmaat en soms de belading. Zoek de bandenspanningstabel op in de deurstijl, aan de binnenkant van het tankklepje of in het instructieboekje. Controleer of de maat op de tabel overeenkomt met de banden die onder de auto zitten en kijk of er aparte waarden voor voor- en achterbanden staan.

De maximale druk op de zijkant van een band is niet hetzelfde als de aanbevolen gebruiksdruk voor de auto. Die waarschuwing staat ook in de uitleg van Michelin over bandmarkeringen: volg voor de spanning de aanbeveling van de autofabrikant. Neem dus geen getal van een willekeurige band of bandenpomp over als referentie.

Let ook op de omstandigheden waarvoor de waarde geldt. Een auto met passagiers en bagage kan een andere instelling vragen dan een auto met alleen de bestuurder. De ANWB adviseert om de tabel voor zware belading te volgen wanneer die van toepassing is. Staat de gewenste bandenmaat niet vermeld, of is de tabel onleesbaar, vraag dan de autofabrikant of een bandenspecialist om de juiste gegevens.

Wanneer moet je de spanning controleren?

Maak er een terugkerende controle van, niet iets dat je pas doet wanneer het dashboard een waarschuwing geeft. De ANWB raadt aan de bandenspanning maandelijks te controleren en dat ook voor een lange rit te doen. Meet bij voorkeur voordat je die dag met de auto hebt gereden; volgens de ANWB kan een rit van maximaal 5 kilometer nog binnen de genoemde controleomstandigheden vallen. Als de banden warm zijn, is de meting minder geschikt om rechtstreeks te vergelijken met een voorgeschreven koudebandwaarde.

Ook Michelin noemt een maandelijkse controle en geeft aan dat een band doorgaans ongeveer 0,1 bar per maand verliest. Dat is een algemene indicatie van die fabrikant, geen voorspelling voor elke band: een lek of probleem met een ventiel kan het verlies versnellen. Een opvallend verschil tussen banden of een druk die snel terugloopt, verdient daarom aandacht in plaats van alleen opnieuw oppompen.

Voor de koude meting noemt Michelin als richtlijn dat de auto de laatste 2 uur niet gebruikt is, of dat er met lage snelheid minder dan 3 kilometer is gereden. Dat zijn aanwijzingen van de bandenfabrikant, geen vervanging van eventuele instructies van de autofabrikant. Heb je verder gereden, wacht dan zo mogelijk tot de banden zijn afgekoeld. Laat geen lucht ontsnappen uit een warme band om die op de koude waarde te brengen: de druk stijgt door de warmte en de meting is dan niet rechtstreeks vergelijkbaar.

Wat verandert er bij belading of een andere auto?

Een lege auto en een volgeladen auto vragen niet altijd om dezelfde druk. Kijk daarom vóór een vakantie of andere rit met extra passagiers en bagage opnieuw op de tabel. Sommige auto’s vermelden aparte waarden voor de voor- en achteras of voor verschillende belastingen. Stel elke band in volgens de waarde voor de positie en belading die bij jouw auto horen; neem niet aan dat alle vier de banden altijd dezelfde druk moeten hebben.

Bij een elektrische auto blijft de voorgeschreven druk eveneens voertuigspecifiek. Bandenspanning is één van de gebruiksfactoren om tijdens een rit in het oog te houden, maar zegt op zichzelf niet hoeveel afstand de auto zal rijden. Wie ook de invloed van omstandigheden en het gebruik op elektrisch rijden wil bekijken, vindt achtergrond bij factoren die elektrisch rijden beïnvloeden.

Hoe meet en corrigeer je de bandenspanning?

  1. Zoek de juiste waarde op in de tabel van de auto en bepaal of de normale of de beladen waarde geldt.
  2. Meet bij voorkeur met koude banden. Gebruik een meter bij een bandenpomp of een eigen bandenspanningsmeter.
  3. Schroef het ventieldopje los en druk de meter stevig op het ventiel. Lees de waarde af in de eenheid die op de meter en de voertuigtabel staat, meestal bar.
  4. Is de gemeten waarde lager dan voorgeschreven, voeg dan lucht toe. Is ze hoger, laat dan voorzichtig wat lucht ontsnappen. Meet daarna opnieuw.
  5. Herhaal dit bij de andere banden en vergelijk telkens met de waarde voor die bandpositie.
  6. Plaats de ventieldopjes terug en controleer na het oppompen opnieuw of alle gemeten waarden kloppen.

Een korte sis bij het loshalen van de meter kan voorkomen doordat er lucht ontsnapt. De instructies van Michelin beschrijven dezelfde basisvolgorde: de gemeten druk met de aanbeveling vergelijken en zo nodig lucht toevoegen of laten ontsnappen. Een automatische bandenpomp kan het instellen vergemakkelijken, maar de opgegeven doelwaarde moet nog steeds uit de tabel van jouw auto komen.

Hoe controleer je of het resultaat klopt?

Loop na het meten alle banden nogmaals na en kijk of er geen duidelijk verschil is met de voorgeschreven waarden. Heb je een reservewiel, controleer dat dan ook; de spanning kan afwijken van die van de vier gemonteerde banden. De juiste waarde staat in de handleiding of op de informatie van het voertuig. Michelin adviseert een reservewiel één of twee keer per jaar te controleren, omdat het niet dagelijks wordt gebruikt. Volg ook hier de voertuigspecifieke aanwijzing.

Let naast de druk op zichtbare afwijkingen, zoals een beschadiging, een bult of een band die steeds opnieuw druk verliest. De meting vertelt hoeveel druk er op dat moment is, maar stelt niet vast of de band intern beschadigd is of waardoor lucht ontsnapt. Blijft één band afwijken, laat die dan controleren. Een waarschuwingslampje van het bandenspanningscontrolesysteem is evenmin een vervanging voor een handmatige meting: controleer de banden en volg de instructies in de handleiding.

Noteer eventueel de datum en de gemeten waarden. Dat maakt het makkelijker om te zien of één band herhaaldelijk terugloopt, maar een notitie vervangt geen inspectie. Voor vragen over andere vloeistoffen of onderhoudsvoorschriften gelden aparte gegevens per voertuig; gebruik voor de juiste motorolie kiezen daarom de specificaties van de fabrikant in plaats van die af te leiden uit de bandenspanning.